Het idee is er, de grove lijnen staan op papier.
Niets staat het schrijven van een prettig stuk leesvoer
nog in de weg. En daar wringt ’m juist vaak de schoen;
soms kom je zelfs niet verder dan de inleiding. Je schrijft,
leest, herschrijft en leest je aantekeningen nog eens.
Druppelsgewijs sijpelt de twijfel binnen: “komt mijn
verhaal wel duidelijk over? Snapt de lezer ook wat ik bedoel?”
Als het echt tegenzit ben je tegen lunchtijd nog geen steek
opgeschoten en is de rest van je werk blijven liggen.
Je ziet door de woorden het verhaal gewoon niet meer…
Soms staat het verhaal zelfs al zwart op wit
en leun je met een tevreden glimlach achterover
in je bureaustoel; de klus is geklaard! Je leest je tekst
nog eens door en… ineens kruipt de onzekerheid met
een wee gevoel omhoog in je maag. Want, hoe zat
het ook alweer met die d’tjes, t’tjes, de tussen-n
en de tussen-s?
|